De werkruimte thuis (deel 1)

Een van de eerste vragen die ondernemers aan mij stellen als zij voor zichzelf beginnen is:” zijn de kosten van mijn werkkamer aftrekbaar?”. Een vraag die zich helaas niet zo snel laat beantwoorden, want de laatste jaren zijn de fiscale regels nogal eens veranderd.

Als een ondernemer een werkruimte elders huurt, dan zijn de kosten die met die ruimte samenhangen gewoon te boeken als zakelijke kosten. Maar hoe zit dat nu met die ondernemer die een kamer of de zolder in zijn eigen woonhuis gebruikt voor zijn activiteiten?

De eerste vraag die ik dan meteen terug stel is: ” ben je eigenaar van het pand of huur je het?” want de uitkomst van deze  vraag is bepalend voor het antwoord.

Als eigenaar van het woonhuis, kan je beslissen om de werkruimte te activeren op je balans. Feitelijk maak je dan een administratieve splitsing van je pand in een deel dat zakelijk wordt gebruikt en een deel dat privé wordt gebruikt. Dit zakelijke deel moet dan voor de werkelijke  waarde op de balans worden gezet en vanaf dat moment zijn alle kosten (ook de inrichtingskosten) die op dat deel betrekking hebben,  zoals afschrijvingskosten, hypotheekrente en energiekosten gewoon aftrekbaar. Maar…. Als er met de onderneming gestopt wordt of de ruimte thuis wordt niet meer gebruikt omdat men toch elders ruimte gaat huren, dan moet er ook weer een waarde aan dit zakelijke deel worden toegewezen en valt het verschil in het resultaat van de onderneming. Dit betekent vaak dat er een boekwinst wordt gemaakt die behoorlijk in de cijfers kan lopen.

Stel dat de werkruimte geactiveerd is voor 50.000, er is 10.000 op afgeschreven, dan is de boekwaarde 40.000. Als de ondernemer dan stopt met zijn activiteiten en de werkruimte is 60.000 waard, dan betekent dit een boekwinst van 20.000. En daarover moet gewoon belasting worden betaald….
In deze tijd van economische crisis kan  het ook gebeuren dat de werkruimte op dat moment nog maar 30.000 waard is. In dat geval is er geen boekwinst, maar een boekverlies van 10.000. En dat verlaagt dan weer de belastbare winst.

De keuze om de werkruimte wel of niet op de balans te zetten, kan gedaan worden tot uiterlijk het moment waarop de aangifte van het jaar waarin de werkruimte in gebruik is genomen onherroepelijk vast komt te staan. Dat betekent dat als de bezwaartermijn van die aanslag is verlopen, de keuze definitief is. Er kan dan niet op een later moment nog een andere keuze worden gemaakt.

In mijn volgende blog zal ik ingaan op de aftrekmogelijkheden die er zijn voor een werkruimte die niet op de balans staat.

Vragen? Neem gerust vrijblijvend contact op!